Cel 34 is het ontluisterende waargebeurde verhaal van een 'gewone man' die op een kwade dag in de cel belandt. Niet omdat hij verdacht wordt van een strafbaar feit, maar omdat hij een openstaande verkeersboete niet kan betalen. Zo begint een website met die naam, waarvoor links en rechts aandacht wordt gevraagd.
Voor elke openstaande 50 euro boete kan één dag gijzeling worden geëist bij de rechter, met een maximum van zeven dagen per strafbaar feit. In 2012 zou de Officier van Justitie 60.000 openstaande verkeersboetes bij de rechter toestemming hebben gevraagd een gijzeling te kunnen uitvoeren.
De Rijdende Rechter maakte zich er (terecht) kwaad over, omdat justitie blijkbaar geen rekening houdt met 'crepeergevallen'. Het onderstaande geval lijkt daar inderdaad op: boetes naar een oud woonadres verstuurd.
Maar wat opvalt aan Cel 34 is dat de gedupeerde - die volgens zijn eigen beschrijvingen gewoon werk heeft en een vrouw die mogelijk ook werkt - wel alinea's lang de ellende van zijn opsluiting beschrijft, maar niet vertelt hoe het nou allemaal is gekomen, behalve dan in zeer algemene termen: 'Het bedrag blijkt veel groter te zijn dan ik nu kan betalen. Ook al wil ik het wel, ik kan het niet. Door financiële omstandigheden zijn ze ook nooit betaald. Koude verdubbelingen van de geldbedragen maakt het geheel in de huidige omstandigheden inmiddels helemaal onoverkomelijk.'
Dat maakt Barracuda achterdochtig: waarom niet concreet de bedragen en de aanleiding genoemd? Of heeft de gedupeerde uit pure baldadigheid aanvankelijk niet willen betalen? Per slot van rekening kan het aanvankelijk toch niet meer dan een paar honderd euro zijn geweest. En waarom werd hij in een isoleercel gestopt? Of is dat tegenwoordig ook al het beleid van het CJIB?
Op het internet wemelt het van klaagverhalen, maar niet zelden laten de klagers essentiële informatie achterwege die ernstig afbreuk doet aan hun Calimo-gevoel.
Voor elke openstaande 50 euro boete kan één dag gijzeling worden geëist bij de rechter, met een maximum van zeven dagen per strafbaar feit. In 2012 zou de Officier van Justitie 60.000 openstaande verkeersboetes bij de rechter toestemming hebben gevraagd een gijzeling te kunnen uitvoeren.
De Rijdende Rechter maakte zich er (terecht) kwaad over, omdat justitie blijkbaar geen rekening houdt met 'crepeergevallen'. Het onderstaande geval lijkt daar inderdaad op: boetes naar een oud woonadres verstuurd.
Maar wat opvalt aan Cel 34 is dat de gedupeerde - die volgens zijn eigen beschrijvingen gewoon werk heeft en een vrouw die mogelijk ook werkt - wel alinea's lang de ellende van zijn opsluiting beschrijft, maar niet vertelt hoe het nou allemaal is gekomen, behalve dan in zeer algemene termen: 'Het bedrag blijkt veel groter te zijn dan ik nu kan betalen. Ook al wil ik het wel, ik kan het niet. Door financiële omstandigheden zijn ze ook nooit betaald. Koude verdubbelingen van de geldbedragen maakt het geheel in de huidige omstandigheden inmiddels helemaal onoverkomelijk.'
Dat maakt Barracuda achterdochtig: waarom niet concreet de bedragen en de aanleiding genoemd? Of heeft de gedupeerde uit pure baldadigheid aanvankelijk niet willen betalen? Per slot van rekening kan het aanvankelijk toch niet meer dan een paar honderd euro zijn geweest. En waarom werd hij in een isoleercel gestopt? Of is dat tegenwoordig ook al het beleid van het CJIB?
Op het internet wemelt het van klaagverhalen, maar niet zelden laten de klagers essentiële informatie achterwege die ernstig afbreuk doet aan hun Calimo-gevoel.
