Posts tonen met het label Nieuwe Reporter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nieuwe Reporter. Alle posts tonen

zaterdag 15 november 2014

Perdiepgate

Afgelopen week ging dagblad Trouw door het stof vanwege Perdiepgate. Journalist Perdiep Ramesar werd de wacht aangezegd omdat hij zou hebben gesjoemeld met bronnen in zijn artikelen. Of laten we het zo formuleren: die bronnen bestaan vermoedelijk niet. Perdiep leek zonder enige moeite iedere polderjihadist aan de praat te krijgen.

Zo eens een de zoveel tijd duikt dit soort incidenten op: Ramesar heeft een illustere voorganger in de persoon van Jayson Blair, die in 2003 werd ontslagen bij de New York Times vanwege verzonnen bronnen en zo waren er nog een paar die als gevolg van scoringsdrift een ethische grens passeerden. Niets menselijks is journalisten vreemd. Wetenschappers ook niet. Vraag het Diederik Stapel maar.

Maar dan komt het: blijkbaar om de geloofwaardigheid weer wat op te krikken heeft Trouw besloten een commissie in het leven te roepen met hoogleraar journalistiek Jeroen Smit en oud-rechter bij het Europees Hof Egbert Myjer, tevens vicevoorzitter van de Raad voor de Journalistiek. En wat moet die commissie precies gaan doen? Barracuda heeft werkelijk geen idee. De Haagse Schilderwijk intrekken soms om daar nog eens met niet bestaande polderjihadisten te praten? Of gaan beide heren gewichtig achterover leunen en bedenken wat Trouw allemaal had moeten doen om dit soort zaken te voorkomen?

Een voorproefje van het wetenschappelijke advies stond de afgelopen dagen al bij de Nieuwe Reporter. Daar kwam Gerard Smit, docent filosofie en onderzoeksjournalistiek op de School voor Journalistiek in Utrecht, met een zogenaamde geloofwaardigheidstest. Belangrijkste ingrediënten: 'afstand’, ‘toon’ en ‘zelfreflectie'. Waarom heeft Smit dan niet eerder bij Trouw aan de bel getrokken? Omdat achteraf interpreteren heel makkelijk is. Krapuul gokte toevallig goed, in 2010.

Het stukje van Smit werd dan ook al snel door vakgenoten door de vleesmolen gehaald. Henk Blanken (Dagblad van het Noorden): 'Het stuk had met weinig moeite zo kunnen worden herschreven dat ook jij het met jouw criteria niet had herkend als een fake (als het dat is). Omgekeerd lees ik vaak verhalen die we met jouw criteria ook zouden moeten ontmaskeren als verzonnen stukken, terwijl ik toch echt denk dat ze authentiek zijn.'

Met andere woorden: de volgende Ramesar rammelt ongetwijfeld alweer ergens aan de deur. En met een beetje pech weer bij Trouw.

woensdag 28 november 2012

Tandeloos

De Raad voor de Journalistiek is een tandeloze tijger geworden, voor zover het al geen lammetje was. Zo werd afgelopen week besloten dat de Raad alleen nog klachten in behandeling zal nemen tegen media die de Raad erkennen. Dat worden er steeds minder. Tegen De Televaag worden verreweg de meeste klachten ingediend, maar de krant erkent de Raad niet, komt dus bij sessies nooit opdagen. Idem HP/De Tijd, Het Parool, Elsevier enz.

Waarom wordt zo'n club dan nog in stand gehouden? Vanwege deze aap uit de mouw: 'Als de journalistiek vandaag de Raad opheft, staat de Tweede Kamer morgen klaar met een eigen waakhond om de pers in te tomen. De nationale ombudsman staat al te popelen om onze taak over te nemen.'

Dat klinkt, vond ook Hugo Arlman, voorzitter van het Hans Melchersfonds, veel te defensief. 'De journalisten gaan het ook voortaan vooral zelf doen, klachten behandelen. Daar zijn ze namelijk, naar eigen opvatting, heel goed in. Opvallend in een wereld waarin, bijvoorbeeld, advocaten en medici ook door journalisten worden aangevallen op hun tuchtrecht waarin HH Mr’s en HH Medici uitsluitend bezig zouden zijn hun collega’s de hand boven het hoofd te houden. Nee, daar hebben journalisten geen last van.'

Vorig jaar was er nog een heel ander plan: de Raad wilde ook klachten behandelen tegen bloggers en burgerjournalistiek. Dat ging alleen niet door omdat burgerjournalisten zich al helemaal niet zouden herkennen in de samenstelling van de Raad. Op de vingers worden getikt door slaafse beroepstikkers, dat nooit.

En dus valt er best wat te zeggen voor een nieuwe rol voor de nationale ombudsman als bewaker van de journalistieke ethiek: zowel professioneel als burger. Al was het maar omdat niet iedereen zich geroepen voelt om naar de rechter te stappen voor een klacht over een scheve schaats. Zo'n onafhankelijke waakhond - als voorziening ‘in de tweede lijn’ - zou muilkorvende uitspraken kunnen doen bij gevallen die echt over de streep gaan. Kan niet? Toch wel.Overheidsinstanties zijn bijvoorbeeld wel verplicht om mee te werken aan het onderzoek van de Nationale Ombudsman en die kan zelfs getuigen laten oproepen.

vrijdag 13 mei 2011

Voorverpakt

De zwerende vinger op de zere plek: Leendert van der Valk, een van de auteurs van Gevaarlijk spel, een boek over de verhouding tussen pr&voorlichting en journalistiek, constateert dat de kranten tegenwoordig volstaan met met ingestoken nieuws, pr-materiaal en voorlichterskopij.

Aantoonbaar pr-materiaal werd in 41 procent van de berichten aangetroffen. Met name entertainment, sport, zorg en consumentenzaken scoorden hoog. In Nederland deed de Radboud Universiteit Nijmegen vergelijkbaar onderzoek waarbij in ruim 32 tot 52 procent van de berichten voorverpakt nieuws werd aangetroffen, dus informatie uit pr-materiaal of van persbureaus.'

Open deur natuurlijk, want ingekrompen redacties mogen blij zijn als ze de krant weer vol kunnen pennen, dus wordt er meer gewerkt met halffabricaten. Maar nu er zo langzamerhand meer pr mensen dan journalisten zijn kun je je afvragen of dat nog wel een gezonde journalistiek oplevert.

Steeds meer nieuws leunt dan immers op de informatie uit een belanghebbende bron, meestal de verzender van het persbericht. Van der Valk noemt NRC Handelsblad die op woensdag 4 mei over de New Yorkse yellow cabs schrijft die door Nissan gemaakt gaan worden. Leuk nieuws, de Amerikaanse taxi's worden Japans. Moet je dat laten schieten, omdat het tevens een pr-momentje is voor Nissan? Nee, nieuws is nieuws, zegt Van der Valk. 'Maar hier tekent zich wel een patroon af. De insteekjes vanuit overheden, het bedrijfsleven en belangenorganisaties bepalen grotendeels de nieuwsagenda. Misschien hebben pr-medewerkers en voorlichters niet altijd grip op wat er geschreven wordt, maar wel waarover.'

dinsdag 6 juli 2010

Constructief wantrouwen

Complotdenkers zijn creatief. Dankzij internet zijn ze dat met talloze gelijkgestemden ook nog eens samen. Ze vinden elkaar in de echoputten van de netwerksamenleving. Hun theorieën zijn het product van constructief wantrouwen. Hun argwaan zwelt aan, langs soms verrassend originele denklijnen, gedreven door passie en onbehagen. Een rem zit er niet op, want niemand spreekt hen krachtig genoeg tegen. Schrijft Henk Blanken bij De Nieuwe Reporter.

Blanken (Dagblad van het Noorden) over complotten? Sort of. In de 1.0 samenleving van massamedia en maatschappelijk middenveld, van polderend landsbestuur en zuilen, zou volgens Blanken de pers de frustratie hebben gedempt, de fictie hebben ontmaskerd of – veel waarschijnlijker – hebben doodgezwegen, weggefilterd uit het nieuws als klinkklare onzin. Maar complotdenkers hechten minder waarde aan de journalistiek dan aan andere complotdenkers; de pers maakt in het beste geval deel uit van het complot.

Onmiskenbaar komt vertrouwen in de netwerksamenleving anders tot stand dan voorheen, schrijft Blanken. Gevestigde merken zijn kwetsbaar, reputaties vluchtig. Daar heeft de journalistiek last van, verweven als zij is met de topdown structuur van de industriële samenleving. Waarom zou je The New York Times geloven als 37.000 bronnen op Google iets anders beweren? En omdat de pers het vertrouwen verliest bij de burger, zou internet de krant als nieuwsbron (meer in het algemeen: informatiebron) hebben ingehaald.

Barracuda gelooft daar niets van. Vertrouwen is niet de issue. Blanken had makkelijk kunnen verwijzen naar polls waaruit blijkt dat het gemiddelde internetpubliek nog altijd meer geloof hecht aan nieuws uit traditionele bronnen. Directe beschikbaarheid van het nieuws, optimaal gebruikmakend van crowdsourcing, speelt wel een rol. GeenStijl dankt zijn succes aan waardewolle tips van de achterban, kom daar maar eens om bij de Volkskrant. Wikileaks, de site die geheime documenten en video's lekt, is een van de belangrijkste ontwikkelingen voor de journalistiek sinds jaren, maar toch zeker niet het handjevol complotdenkers dat feiten niet van fictie kan onderscheiden. Daar werkt een heel ander principe: de goedgelovigheid van gelijkgestemden.

woensdag 23 december 2009

Politburo


Bloggertjes, complotters voorop, zijn ervan overtuigd dat de media worden 'gecontroleerd'. Het kan niet anders dan dat een soort geheim Politburo bestaat (weer zo'n duistere macht, waarvan wij het bestaan niet mogen weten), die ervoor zorgt dat hun visie (lees: logica) nooit aan bod komt. En natuurlijk is menige krant of tv zender per definitie een doorgeefluik van 'staatspropaganda'. Alsof Nederland zucht onder een militaire junta die zijn volk onder onder de duim houdt.

De laatste tijd lees je steeds vaker - met name bij het Vrije Volk - het begrip 'gelijkgeschakelde pers'. Dat komt dichter bij de waarheid. De Nieuwe Reporter heeft er een mooi stuk aan gewijd. Uit recent onderzoek blijkt namelijk dat persbureaus de nieuwsvoorziening domineren. Dat is gezien de huidige bezuinigingen door kranten natuurlijk niet zulk schokkend nieuws. De cruciale vraag is: is dat erg?

Rationeel gezien niet. Bij persbureaus werken immers ook journalisten die nieuwsproducties leveren en feiten (behoren te) checken, zoals ook redacties van andere media dat doen. Onderzoekers Scholten en Ruigrok wijzen echter terecht op een gevaar. Want als kranten te veel leunen op ANP berichten, verdwijnt het ‘zelfreinigende vermogen’ van de journalistiek. Niks wordt meer (dubbel)gechecked of vanuit een ander perspectief benaderd.

Maar dat is natuurlijk niet wat bloggertjes met 'gelijkgeschakeld' bedoelen. Bedoeld wordt dat kranten per definitie door linksmensen gemaakt worden, die de rechtse denkbeelden niet willen weergeven. En daar had Geen Commentaar een dezer dagen weer een aardig stukje over. De rechtsmensch is volgens dat blog een overblijfsel uit de jaren tachtig. Toen werd in veel media iedereen die rechtser was dan de PvdA, al bijna extreem-rechts genoemd. Sinds maatschappelijk discussies op internet worden gevoerd, heeft dat begrip in spiegelbeeld aan populariteit gewonnen. De linksmens is meestal "iedereen die niet tegen moslims is. Maar eigenlijk is het een containerbegrip voor iedereen die níet meegaat in het post-Fortuyniaanse discours van benoemen en anti-establishment gevoelens."

Misschien is dat wat rechtsmensen en complotters verbindt: het idee dat zij een aparte kaste vormen die wordt tegengewerkt door een denkbeeldige vijand. Je zou er bijna medelijden mee krijgen.

vrijdag 8 mei 2009

Taliban


Google moet onder de mediawet vallen, betoogt Henk Blanken in zijn boek Mediamores, dat volgende week verschijnt. Willem Buiter in de FT gaat nog verder en pleit voor wetgeving en een consumentenboycot tegen Google vanwege zijn "enorme macht". Google is voor privacy en intellectueel eigendom wat de Taliban is voor vrouwen- en burgerrechten: een griezelig gevaar. "Google is to privacy and respect for intellectual property rights what the Taliban are to women’s rights and civil liberties: a daunting threat that must be fought relentlessly by all those who value privacy and the right to exercise, within the limits of the law, control over the uses made by others of their intellectual property. The internet search engine company should be regulated rigorously, defanged and if necessary, broken up or put out of business. It would not be missed."

Complotters? Nou, niet echt. Blanken is van de 'bomenpers', maar dan wel met een scherp oog voor het digitale domein. Google is in zijn ogen de facto een mediabedrijf doordat we het zo gebruiken. Een aantal rollen van de traditionele massamedia zijn overgenomen door Google, in eendrachtige samenwerking met zijn gebruikers.

Blanken bepleit een aanpassing van de mediawet teneinde een “level playing field” voor alle mediabedrijven te bereiken. Maar wat Henk daarmee vooral bedoelt is: zorgen dat zijn papieren krant (Dagblad van het Noorden) niet verdwijnt door een generatie die niks om kranten geeft. Wat amper een probleem genoemd kan worden, eerder een bewuste keuze van die generatie.

Buiter maakt zich vooral boos over de parasitaire wijze waarop Google profiteert van gratis inhoud en zich daarbij niets aantrekt van onze privacy. "Search engines like those of Google, Yahoo and Microsoft can provide the companies that own and manage them with detailed information about many aspects of our lives, including our intimate, personal lives. In the wrong hands that information could be used not only to put a commercial squeeze on people, but alto to extort and blackmail them. Transferred to government hands they could provide much of the information required for a pretty effective and very nasty police state." En: "Google company’s founding motto is: ‘Don’t be evil.’ But it does evil. It has indeed, become the new evil empire of the internet. It is time for people to take a stand, as individual consumers and internet users, and collectively through laws and regulations, to tame this new Leviathan."

Zou het? Je kunt Google moeilijk verwijten dat het willens en wetens gegevens indexeert die privacygevoelig zijn. Die gegevens staan immers gewoon online. Een complete generatie heeft er namelijk geen enkele moeite om persoonsgegevens uit te wisselen. En ja, Google indexeert ook materiaal dat auteursrechtelijk beschermd is. Onmogelijk om van te voren te filteren, maar achteraf makkelijk te verwijderen. Wat ook op grote schaal gebeurt.

Wanneer hebben deze geluiden trouwens eerder gehoord? Een jaar of tien geleden in elk geval, toen het monopolie van Microsoft als zeer bedreigend werd ervaren. Waarom horen we daar niks meer over? Omdat Microsoft veel meer concurrentie heeft gekregen. Waarom heeft Google geen serieuze concurrentie? Omdat niemand het serieus heeft geprobeerd. Zelfs Microsoft niet, die een quick fix met rivaal Yahoo als enige redding zag om de zoekgigant te pareren. Wie Google te machtig vindt worden, moet gewoon zelf een Google beginnen.

donderdag 23 april 2009

Balkanisering


Het Pew Research Center bevestigde het onlangs nog maar eens in een alleraardigst onderzoekje: het web wordt steeds belangrijker als nieuwsbron. Televisie is nog steeds de belangrijkste bron van nieuws, maar internet heeft de papieren krant op een haar na verstoten. Ook opmerkelijk: mensen lezen niet alleen politiek nieuws op het web, ze delen het ook met elkaar. Ze doen dat echter steeds minder van ‘neutrale’ nieuwsbronnen. Ze zoeken bewust naar sites met een politieke kleur die overeen komt met hun eigen voorkeur. Democraten hangen vooral rond op The Huffington Post, Daily Kos en Talking Points Memo, Republikeinen zoeken hun heil bij Instapundit, The Daily Dish en Pajamas Media. Soort zoekt soort. Oftewel: de verzuiling all over again.

De grote vraag is nu - schrijft De Nieuwe Reporter - of deze digitale verzuiling de democratie versterkt, zoals voorstanders van het vrije internet vaak betogen. Welnu, Nicolas Kristof denkt van niet: Het web stelt ons in staat kennis te nemen van een enorme diversiteit aan nieuwsbronnen en opinies. Maar we gebruiken die keuzevrijheid juist om informatie te zoeken die onze eigen vooroordelen bevestigt. En versterkt. In feite een balkanisering van de samenleving. Kristof verwijst in The New York Times naar een experiment waarbij liberale en conservatieve Amerikanen werd gevraagd naar hun mening over controversiële onderwerpen als positieve discriminatie, het broeikaseffect en het homohuwelijk. Daarna debatteerden liberalen met liberalen, en conservatieven met conservatieven. Na afloop bleken de opvattingen extremer dan ervoor.

Een mooie sociologische verklaring trouwens voor het ontstaan van sektarische blogjes als Het Vrije Volk, Zapruder, Argusoog, Klokkenluider en ander wild geraas. Die roemen internet vanwege de openheid, maar bakenen hun eigen wereld af via grimmig gescheiden grenspalen. Ze vormen gereformeerde geloofsgemeenschappen, waarin alleen zij menen de waarheid te verkondigen, en de mean stream media per definitie als onbetrouwbaar worden afgeschilderd. Met aanhangers die automatisch maar alles geloven wat de gemiddelde Lou de Palingboer vanachter de pc verkondigt. En waar superioriteitswaan bijna altijd de boventoon voert.

Theo van Stegeren wijst in de reacties onder het artikel van de Nieuwe Reporter op de 'hersenvernauwing' op sites en sociale netwerken waar zich gelijkgestemden ophouden. "Niet alleen verengt de gevarieerdheid van het aantal informatiebronnen zich op het web, er wordt ook minder nagedacht tijdens de verwerking van die informatie."

donderdag 12 februari 2009

Googleisering


Google. De zoekgigant rukt steeds verder op. Ook bij journalisten. Duitse wetenschappers claimen nu 's werelds omvangrijkste studie te hebben verricht naar de manier waarop journalisten hun informatie verzamelen en de rol die Google daarin speelt. Het gebruik van Google domineert zodanig dat we misschien van een Googleisering moeten spreken.

En die sluipende Googleisering is volgens de onderzoekers wel degelijk een gevaar. Journalisten maken zich voor een groot deel afhankelijk van de selectie- en ranking criteria van slechts één aanbieder.

Nu lijkt ons dat laatste niet zo'n punt. Die ranking is deels gebaseerd op wat andere websites relevante informatie vinden. Weliswaar valt ook daar flink op af te dingen, maar van een journalist mag je verwachten dat hij verder kijkt dan de eerste tien resultaten. De Nieuwe Reporter constateert dat de meeste journalisten door de mand vallen als “middelmatige” Googelaars, maar veel belangrijker is de vraag of de gevonden informatie wel betrouwbaar is.

Van blogjes die pretenderen nieuws te maken, kun je verwachten dat ze stoppen bij de eerste de beste link die ze op internet vinden, en de rest er domweg bij verzinnen. Veelal haastige conclusies op basis van bij elkaar geschoven feiten. Maar ook steeds meer (vak)journalisten denken dat de informatie die zij op internet tegenkomen betrouwbaar is. De voorbeelden van gefingeerde nieuwsberichten die zonder dubbelcheck worden overgenomen zijn inmiddels bekend.

Of om een van de reaguurders bij de Nieuwe Reporter te citeren: Wikipedia zegt iets, journalisten zeggen het dan ook, andere sites ook, dus weer andere journalisten en sites dan ook, allemaal op basis van elkaar, zelfs als het fout is.

De wet van Barracuda stelt dat internet met de dag onbetrouwbaarder wordt en dus helemaal niet is wat journalist Stan van Houcke in zijn idealistische onschuld veronderstelt: "Het revolutionaire nu van internet is dat gebruikers zelf de bronnen kunnen raadplegen, en zo niet langer afhankelijk meer zijn van de gefilterde informatie".