Afgelopen week ging dagblad Trouw door het stof vanwege Perdiepgate. Journalist Perdiep Ramesar werd de wacht aangezegd omdat hij zou hebben gesjoemeld met bronnen in zijn artikelen. Of laten we het zo formuleren: die bronnen bestaan vermoedelijk niet. Perdiep leek zonder enige moeite iedere polderjihadist aan de praat te krijgen.
Zo eens een de zoveel tijd duikt dit soort incidenten op: Ramesar heeft een illustere voorganger in de persoon van Jayson Blair, die in 2003 werd ontslagen bij de New York Times vanwege verzonnen bronnen en zo waren er nog een paar die als gevolg van scoringsdrift een ethische grens passeerden. Niets menselijks is journalisten vreemd. Wetenschappers ook niet. Vraag het Diederik Stapel maar.
Maar dan komt het: blijkbaar om de geloofwaardigheid weer wat op te krikken heeft Trouw besloten een commissie in het leven te roepen met hoogleraar journalistiek Jeroen Smit en oud-rechter bij het Europees Hof Egbert Myjer, tevens vicevoorzitter van de Raad voor de Journalistiek. En wat moet die commissie precies gaan doen? Barracuda heeft werkelijk geen idee. De Haagse Schilderwijk intrekken soms om daar nog eens met niet bestaande polderjihadisten te praten? Of gaan beide heren gewichtig achterover leunen en bedenken wat Trouw allemaal had moeten doen om dit soort zaken te voorkomen?
Een voorproefje van het wetenschappelijke advies stond de afgelopen dagen al bij de Nieuwe Reporter. Daar kwam Gerard Smit, docent filosofie en onderzoeksjournalistiek op de School voor Journalistiek in Utrecht, met een zogenaamde geloofwaardigheidstest. Belangrijkste ingrediënten: 'afstand’, ‘toon’ en ‘zelfreflectie'. Waarom heeft Smit dan niet eerder bij Trouw aan de bel getrokken? Omdat achteraf interpreteren heel makkelijk is. Krapuul gokte toevallig goed, in 2010.
Het stukje van Smit werd dan ook al snel door vakgenoten door de vleesmolen gehaald. Henk Blanken (Dagblad van het Noorden): 'Het stuk had met weinig moeite zo kunnen worden herschreven dat ook jij het met jouw criteria niet had herkend als een fake (als het dat is). Omgekeerd lees ik vaak verhalen die we met jouw criteria ook zouden moeten ontmaskeren als verzonnen stukken, terwijl ik toch echt denk dat ze authentiek zijn.'
Met andere woorden: de volgende Ramesar rammelt ongetwijfeld alweer ergens aan de deur. En met een beetje pech weer bij Trouw.
Zo eens een de zoveel tijd duikt dit soort incidenten op: Ramesar heeft een illustere voorganger in de persoon van Jayson Blair, die in 2003 werd ontslagen bij de New York Times vanwege verzonnen bronnen en zo waren er nog een paar die als gevolg van scoringsdrift een ethische grens passeerden. Niets menselijks is journalisten vreemd. Wetenschappers ook niet. Vraag het Diederik Stapel maar.
Maar dan komt het: blijkbaar om de geloofwaardigheid weer wat op te krikken heeft Trouw besloten een commissie in het leven te roepen met hoogleraar journalistiek Jeroen Smit en oud-rechter bij het Europees Hof Egbert Myjer, tevens vicevoorzitter van de Raad voor de Journalistiek. En wat moet die commissie precies gaan doen? Barracuda heeft werkelijk geen idee. De Haagse Schilderwijk intrekken soms om daar nog eens met niet bestaande polderjihadisten te praten? Of gaan beide heren gewichtig achterover leunen en bedenken wat Trouw allemaal had moeten doen om dit soort zaken te voorkomen?
Een voorproefje van het wetenschappelijke advies stond de afgelopen dagen al bij de Nieuwe Reporter. Daar kwam Gerard Smit, docent filosofie en onderzoeksjournalistiek op de School voor Journalistiek in Utrecht, met een zogenaamde geloofwaardigheidstest. Belangrijkste ingrediënten: 'afstand’, ‘toon’ en ‘zelfreflectie'. Waarom heeft Smit dan niet eerder bij Trouw aan de bel getrokken? Omdat achteraf interpreteren heel makkelijk is. Krapuul gokte toevallig goed, in 2010.
Het stukje van Smit werd dan ook al snel door vakgenoten door de vleesmolen gehaald. Henk Blanken (Dagblad van het Noorden): 'Het stuk had met weinig moeite zo kunnen worden herschreven dat ook jij het met jouw criteria niet had herkend als een fake (als het dat is). Omgekeerd lees ik vaak verhalen die we met jouw criteria ook zouden moeten ontmaskeren als verzonnen stukken, terwijl ik toch echt denk dat ze authentiek zijn.'
Met andere woorden: de volgende Ramesar rammelt ongetwijfeld alweer ergens aan de deur. En met een beetje pech weer bij Trouw.





